“Wat ga je over vijf jaar doen?” “Je bedoelt wanneer ik met pensioen ga?” Deze vraag komt steeds vaker voorbij. Het antwoord is helemaal niet zo eenvoudig.
Een familiebedrijf runnen doe je niet zomaar. Het is iets waar je jarenlang je tijd, energie en hart in stopt. Maar als je de volgende fase van je leven ingaat, moet je jezelf toch de vraag stellen: wat wil ik eigenlijk? Dus begin je met nadenken. Verschillende scenario’s bedenken. Praten met mensen die er meer verstand van hebben.
Als je zelf kinderen hebt, lijkt de vervolgvraag misschien logisch. Mits zij de ambitie hebben om het bedrijf, net als ik ooit deed, over te nemen? Maar ook dan is het niet vanzelfsprekend. Het bedrijf is in 32 jaar tijd behoorlijk gegroeid. De verantwoordelijkheid die ik ooit zelf op me nam is inmiddels van een andere orde. Willen zij die verantwoordelijkheid wel?
Maar wat als je geen kinderen hebt? Dan lijkt het einde van het familiebedrijf misschien onvermijdelijk. Je verkoopt het bedrijf, draagt het over aan een externe partij en daarmee eindigt een familiegeschiedenis. Totdat er ineens een neef of nicht de vraag stelt en interesse blijkt te hebben. Een klein zaadje wordt geplant. Misschien loopt de weg toch niet dood.
Maar met dat ene zaadje komen ook meteen tientallen nieuwe vragen. Kan dat familielid het bedrijf overnemen? Is er, naast de ambitie, ook kennis en financiële ruimte? En misschien nog belangrijker: wil ik mijn bedrijf wel binnen de familie houden, alleen omdat het een familiebedrijf is? De lastige keuze is dan ook niet wie het bedrijf moet overnemen. De echte vraag is: wat is de beste toekomst voor het bedrijf én voor de familie? Daarop bestaat geen eenvoudig antwoord.
De opvolging van mijn bedrijf is nog niet geregeld. Maar één ding weet ik inmiddels wel: mijn neef of nicht heeft het zaadje geplant. En ik ben gestart met water geven.